Teelt van katoen
Katoen is het haar van de zaden van de katoenplant (lat. Gossypium), die tot de familie van de maluwachtigen behoord. De katoenvezel is een plantaardige natuurvezel, die uit het haar van de zaden van de katoenplant wordt gewonnen. Na de bloei verandert de vruchtknoop, die zich binnen in de bloemkelk bevindt, in een langvormige vrucht, die als hij rijp is, openspringt. Alleen de lange haren van de zaden van de katoenplant worden tot dunne draden gesponnen en voor de vervaardiging van textiel gebruikt. De korte haren, die zich enkele dagen na de bloei vormen, zijn daarentegen alleen geschikt voor andere celluloseproducten.
Een rijpe katoenvrucht bevat ongeveer 30 zaden en aan iedere zaadkorrel bevinden zich ca. 2000-7000 zaadharen. De hoogte van de katoenplant varieert afhankelijk van soort, klimaat en teeltmethode tussen 25 cm en 2 meter. In de meeste gebieden worden de katoenplanten als eenjarige planten op struikhoogte geteeld en bijna alleen in Peru en Noord-Brazilië wordt nog gebruik gemaakt van meerjarige struiken, die tot 15 jaar oud worden. Van het zaaien tot en met het rijpen heeft een katoenplant tussen 175 en 225 dagen nodig. De productiegebieden bevinden zich meestal in tropische zones, omdat de plant na het inzaaien veel water nodig heeft en in de rijpingsfase veel warmte. De teeltmethoden hebben zich echter in verschillende landen heel uiteenlopend ontwikkeld.
Zo verloopt de oogst
Op de reusachtige katoenplantages in het zuiden van de USA worden zeer moderne en gigantische machines of zelfs laagvliegende vliegtuigen ingezet om het hakken, zaaien, plukken en de ongediertebestrijding te vereenvoudigen. In armere landen wordt het werk ook vandaag de dag nog met de hand of met behulp van ossen en buffels gedaan. Het plukken met de hand heeft echter duidelijk kwalitatieve voordelen. Want zo worden alleen de stralend witte en hoogwaardige katoenbollen geplukt en de vruchten, die nog niet helemaal rijp zijn, kunnen nog enkele dagen blijven staan. Bij de machinale aanpak wordt alles in een keer geoogst, nadat voordien het veld door besproeiing kunstmatig is ontbladerd. Daarna wordt de katoen eerst om te drogen en na te rijpen ca. 30 dagen opgeslagen, voordat een in een speciale machine de vezels van de zaden worden gescheiden. Uit 100 kg. katoen verkrijgt men slechts ca. 35 kg. bruikbare vezels, de rest bestaat uit zaadkorrels en afval. Voor het transport worden de katoenvezels met persen tot balen met een gewicht van meer dan 200 kg. verwerkt en samengebonden. Zo wordt de katoen verscheept, opgeslagen en naar spinnerijen gebracht.
Katoen - een lange geschiedenis
De katoenplant is een zeer oude cultuurplant De oudste verwijzingen naar gebruik van katoentextiel werden in grotten in Mexico gevonden en zijn ongeveer 7000 jaar oud. Tegen dezelfde tijd werd eveneens in China al katoen gebruikt en ook de Inca“'s en Maya”'s wisten toen al van katoen textiel te vervaardigen. Vanaf ca. 800 na Chr. brachten Arabische handelaren de katoen voor verwerking naar Europa. Vanuit Engeland vonden de katoenzaden uiteindelijk hun weg naar Amerika, waar men ermee begon de katoen systematisch op grote plantages te verbouwen. Er ontstond een optimalere verwerking d.m.v. slavenarbeid, waarbij de slaven onder hele slechte werk- en levensomstandigheden te lijden hadden. Eerst pas na de uitvinding van geautomatiseerde machines kon de katoen zijn opmars in Amerika en Europa doorzetten.
Katoen voor productie van textiel
Met de industriële revolutie en de uitvinding van de spinmachine en van de mechanische weefstoel nam de katoenproductie hele nieuwe omvang aan, omdat men nu in staat was, de vezels vakkundig te spinnen en te weven. De doorbraak wereldwijd kwam met de uitvinding van machine die de zaadkorrels kon verwijderen. Rond de 19e eeuw had katoen een marktaandeel van 80% van de wereldwijde textielmarkt. Sinds de 20e eeuw kreeg het natuurproduct echter in toenemende mate concurrentie door chemisch vervaardigde vezels, zoals bijv. polyester. Toch zijn veel eigenschappen en voordelen van textiel uit katoen niet te overtreffen, waardoor vandaag de dag nog steeds een derde van alle materialen voor de textielindustrie uit katoen bestaat. De grootste teeltgebieden liggen inmiddels in India, China, de USA en Afrika. Ook in de huidige tijd is katoen nog altijd de meest favoriete natuurvezel in de textielindustrie.
