De traditie van de doctoraalhoed
Van oudsher werd de doctorale hoed symbolisch uitgereikt tijdens de promotieplechtigheid, met name bij de uitreiking van de doctorale graad. Vanaf dat moment had men het recht de klassieke ambtskleding te dragen om zich als geleerde aan de buitenwereld te presenteren. Een uniforme academische ambtskledij diende vooral om zich als elite te profileren in een samenleving met maar beperkte toegang tot onderwijs, maar had ook een betekenis voor de geleerden onderling. De inzet van bepaalde kleuren diende om de geleerden van elkaar te onderscheiden, met als doel de diverse rangen van de faculteiten en de heersende gezagsverhouding onder elkaar te tonen.
Deze traditie heeft de tand des tijds doorstaan en wordt tot op de dag van vandaag voortgezet door de toga’s en doctorshoeden met kwasten in de eigen kleuren die de afgestudeerden van de verschillende faculteiten dragen. Het is gebruikelijk dat juristen een baret met een paars kwastje dragen, terwijl afgestudeerden in de geneeskunde een groen exemplaar dragen en theologen een rood kwastje aan hun doctorshoed hebben. Tegenwoordig heeft dit alles echter niet meer dan een symbolisch karakter. Hoewel de doctorale hoed in de moderne tijd minder gebruikelijk is bij de toekenning van het doctoraat, heeft hij altijd symbool gestaan voor het behalen van een academische titel, zoals de bachelor- of de mastergraad.